De Citizen Kane van slechte films

Een afgrijselijk slechte film die uitgroeide tot een cultfilm met een groeiende schare fans: dat is kort gezegd het verhaal van The Room van Tommy Wiseau uit 2003. Bioscoop Forum in Groningen prees The Room aan als “de Citizen Kane van slechte films”, een film zo slecht dat het onbedoeld grappig wordt. Dat maakte nieuwsgierig en ik toog naar de vertoning, waar ik belandde in een uitgelaten gezelschap van merendeels jonge twintigers. The Room bleek een echte cultfilm, een status die maar hoogst zelden een film ten deel valt. Ik moest denken aan The Big Lebowski van de gebroeders Coen (een meer misplaatste vergelijking is bijna niet denkbaar, weet ik inmiddels) en vroeg aan een liefhebber naast me hoe vaak hij The Room al had gezien. “Mmm, ik denk nu vier keer,” zei hij. “Heel regelmatig moet je ‘m niet zien,” voegde hij er nog enigszins verontschuldigend aan toe. Dit werd beaamd door een zelfverklaarde kenner en Grote Fan die een korte inleiding hield voordat wij het meesterwerk gingen zien. Hij memoreerde dat er recent een juridisch dispuut rond de film had plaatsgehad. De rechter had daarbij in het nadeel van eiser Tommy Wiseau besloten, met als voornaamste argument dat The Room zo abominabel slecht was dat iedereen het recht had deze te zien. Na deze informatieve anekdote en nog enkele vergelijkbare wetenswaardigheden waren we voldoende opgewarmd en startten we vol verwachting aan de film.

Nu zijn hooggespannen verwachtingen vaak een recept voor teleurstelling, maar in het geval van The Room werd vanaf het begin duidelijk dat daar geen sprake van zou kunnen zijn. In de eerste scène zien we Johnny en zijn grote liefde Lisa. Hier een stukje van hun schitterende dialoog.

Johnny: Hi, babe. I have something for you.
Lisa: What is it?
Johnny: Just a little something.
[Playfully hides a package behind his back, then presents it to Lisa. She opens it and pulls out a red dress] Lisa: Johnny, it’s beautiful. Thank you. Can I try it on now?
Johnny: Sure, it’s yours.
Lisa: Wait right here.
[grabs Johnny’s tie and kisses him] Lisa: I’ll try it on right now.

Dit gaat zo nog even door, om daarna soepeltjes over te gaan in een even lachwekkende als onsmakelijk gefilmde vrijpartij tussen de geliefden. Na deze opmaat komt The Room snel op stoom met meer personages, nog meer rammelende dialogen en allerlei plotwendingen die geen opvolging krijgen. En gaat zo ruim 1,5 uur door en is dan, na natuurlijk een totaal idiote finale, afgelopen. Er valt veel over te zeggen, maar ik zal dat hier niet doen, om niet teveel te verklappen aan degenen die het kunstwerk nog niet hebben gezien. En ook, omdat The Room beschrijven in feite zo goed als onmogelijk is. Je gelooft het pas als je het gezien hebt. Werkelijk alles aan deze film is slecht, van de rammelende decors, de idiote shots van San Francisco tussen de scènes en de talloze continuïteitsfouten. En precies dat maakt de film zo ongehoord grappig.

Kijkend naar The Room kon ik haast niet ontsnappen aan de gedachte dat het stiekem de bedoeling moet zijn geweest om iets heel slechts te maken, dat vervolgens daardoor weer onbedoeld grappig zou worden. Dat blijkt niet het geval te zijn. De maker, Tommy Wiseau, was naar Hollywood getogen met één grote droom: een onvervalst filmisch meesterwerk maken. Het kost zes maanden ploeteren, een periode waarin twee filmcrews en drie acteurs vervangen worden en karakters en dialogen talloze malen veranderen, maar dan lijkt de droom werkelijkheid te worden. Tommy arriveert in een limousine bij de bioscoop voor wat een onvergetelijke avond in zijn leven moet worden. In plaats daarvan loopt de première uit op een drama. Al ruim voor het einde eisen woedende bezoekers hun geld terug, na afloop boren recensenten de film en masse de grond in. Het duurt dan nog geruime tijd voor de film herkend wordt als een hilarisch gedrocht en een stevige cultstatus verwerft. Tegenwoordig gaat geen week voorbij waarin er ergens in de Verenigde Staten een vertoning is voor een trouwe schare fans.

Dat is wat mij betreft dik verdiend, ik heb in tijden niet zo gelachen. In belangrijk mate draagt de sfeer  in de bioscoopzaal bij aan dit plezier, waar de kenners enthousiast de belangrijkste dialoogzinnen meeschreeuwen (“Lisa, you’re tearing me apart!”) en plastic lepels naar het scherm gooien, wanneer een van de fotolijstjes met een lepel in beeld komt. Daarom hier een oproep aan bioscoop Forum in Groningen: herhaal dit festijn met deze klassieker! Ik gun meer mensen deze unieke ervaring. En teken bij deze in voor de reprise.

Over de auteur

Joris Brenninkmeijer

Joris is blogger, organisatieontwikkelaar en coach. Het thema van mislukking fascineert hem al sinds hij als schaker zijn eerste successen behaalde, onder meer als jeugdkampioen van Nederland. Het schaken leerde hem hoe moeilijk verliezen is, hoe lastig het is om een nederlaag onder ogen te zien en je fouten grondig te analyseren. Hetzelfde fenomeen ziet hij in zijn huidige werk als organisatieadviseur in de organisaties waar hij mee werkt. Het is vaak lastig open en eerlijk te zijn over je eigen fouten en er samen van te leren. Hij draagt er graag aan bij dat de sfeer en het klimaat zodanig worden, dat dat kwetsbare leergesprek kan ontstaan. Het is zijn waarneming dat succes en mislukken een wonderlijke en paradoxale samenhang hebben. Sinds hij zich bezighoudt met 'mislukking' gaat het hem professioneel gezien voor de wind. Op mislukkingskunst is hij dus voorlopig niet uitgekeken. Kijk voor meer over Joris op www.brenninkmeijer-ontwikkeling.nl

Laat een reactie achter

Close